altijd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From al (all) +‎ tijd (time). Compare Danish altid, Swedish alltid.

Pronunciation[edit]

Adverb[edit]

altijd

  1. always
    Ik word altijd wakker met een wijsje in mijn hoofd    (Kinderen voor Kinderen – Wakker met een wijsje)
    I always wake up with a tune in my head.

Antonyms[edit]

Derived terms[edit]