beledigen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

beledigen (past singular beledigde, past participle beledigd)

  1. to offend
    Een recht om te beledigen bestaat niet, onderstreepte de koningin. — A right to offend does not exist, underscored the queen.

Conjugation[edit]