onbetaalbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ betaalbaar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onbetaalbaar (comparative onbetaalbaarder, superlative onbetaalbaarst)

  1. unaffordable
  2. priceless
    Hier bij kunnen zijn was onbetaalbaar. - Witnessing that was priceless.

Declension[edit]

Antonyms[edit]

Adverb[edit]

onbetaalbaar

  1. unaffordably
  2. pricelessly