op zijn plaats

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Adjective[edit]

op zijn plaats (used only predicatively, comparative meer op zijn plaats, superlative meest op zijn plaats)

  1. appropriate, fitting, in order
    Nadat ik zo hard gewerkt heb, is een beloning wel op zijn plaats, lijkt mij.
    After I worked so hard, a reward is in order, I would say.

Synonyms[edit]