opdrachtgever

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Hyphenation: op‧dracht‧ge‧ver

Etymology[edit]

opdracht +‎ gever

Noun[edit]

opdrachtgever m (plural opdrachtgevers, diminutive opdrachtgevertje n)

  1. client, customer