tijdstip

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

tijd + stip

Pronunciation[edit]

Hyphenation: tijd‧stip

Noun[edit]

tijdstip n (plural tijdstippen, diminutive tijdstipje n)

  1. moment in time, time of day.
    Op dat tijdstip sliep ik nog.
    I was still sleeping at that time.
    Ondanks het late tijdstip was het nog erg druk op straat.
    Despite the late hour the streets were still very crowded.