uitroepen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

uit- +‎ roepen

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

uitroepen

  1. Plural form of uitroep

Verb[edit]

uitroepen (past singular riep uit, past participle uitgeroepen)

  1. to cry out
  2. to proclaim
    In 1482 riep Boabdil zich tot nieuwe koning uit. — In 1482 Boabdil proclaimed himself the new king.

Conjugation[edit]

Anagrams[edit]