uitstrekken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

uit +‎ strekken

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

uitstrekken (past singular strekte uit, past participle uitgestrekt)

  1. to stretch out, to extend
    Het Amazonebekken is een uitgestrekt laagland in het noorden van Zuid-Amerika.[1] — The Amazon basin is an extended lowland in northern South America.

Conjugation[edit]

Anagrams[edit]