vermogen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

ver- +‎ mogen

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /vərˈmoːɣə(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: ver‧mo‧gen

Noun[edit]

vermogen n (plural vermogens, diminutive vermogentje n)

  1. Ability, power, capacity.
    Zijn vermogen tot aanpassen is beperkt.
    His ability to adapt is limited.
  2. (physics) Power.
    Deze koelkast verbruikt een vermogen van 100 W.
    This refrigerator consumes 100 W.
  3. Fortune, large sum of money.
    Dat huis kostte een vermogen.
    That house cost a fortune.
  4. (economics) Total of material possessions.
    Hij liet zijn hele vermogen na aan het Rode Kruis.
    He left his entire fortune to the Red Cross.

Derived terms[edit]

Verb[edit]

vermogen (past singular vermocht, past participle vermogen)

  1. (rare) to be able to do, to be able to achieve
    Ik vermag er niets tegen.
    I can't do anything about it.
    Wat muziek al niet vermag ...
    The things music can do...

Conjugation[edit]

Participle[edit]

vermogen

  1. past participle of vermogen

Declension[edit]