voordoen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From voor- +‎ doen.

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

voordoen (past singular deed voor, past participle voorgedaan)

  1. to demonstrate
  2. to occur (zich voordoen)
  3. to pose as (zich voordoen als)

Conjugation[edit]

Anagrams[edit]