zelfverzekerdheid

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From zelfverzekerd +‎ -heid

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: zelf‧ver‧ze‧kerd‧heid

Noun[edit]

zelfverzekerdheid f (plural zelfverzekerdheden)

  1. self-confidence, self-belief