Category:Dutch ergative verbs
Appearance
| Newest and oldest pages |
|---|
| Newest pages ordered by last category link update: |
| Oldest pages ordered by last edit: |
Dutch ergative verbs: intransitive verbs that become causatives when used transitively.
Pages in category "Dutch ergative verbs"
The following 199 pages are in this category, out of 199 total.
A
B
D
K
M
N
O
S
V
- vastplakken
- veramerikaansen
- veramerikaniseren
- verdeensen
- verdierlijken
- verdikken
- verdommen
- verdorren
- verdrinken
- verduitsen
- verengelsen
- verfransen
- verfriezen
- vergassen
- vergelen
- vergrijzen
- vergroenen
- verharden
- verhelen
- verhevigen
- verhollandsen
- verjongen
- verkleuteren
- verkoelen
- verkouden
- verkruimelen
- verlammen
- verlangzamen
- verliggen
- vermeerderen
- vernederlandsen
- vernevelen
- vernieuwen
- vernoorsen
- verpieteren
- verpoolsen
- verpretparkiseren
- verslijpen
- versnellen
- versnipperen
- versoepelen
- verspaansen
- verspringen
- verstedelijken
- versterken
- verstikken
- vertroebelen
- vervagen
- vervlaamsen
- vervlieten
- vervriezen
- verwaaien
- verwarren
- verwijven
- verzanden
- verzieden
- verzijpen
- verzitten
- verzuipen
- verzuren
- verzwakken
- verzweedsen
- vooruitgaan