Category:Dutch ergative verbs
Appearance
| Newest and oldest pages |
|---|
| Newest pages ordered by last category link update: |
| Oldest pages ordered by last edit: |
Dutch ergative verbs: intransitive verbs that become causatives when used transitively.
| Jump to: Top – A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z |
Pages in category "Dutch ergative verbs"
The following 200 pages are in this category, out of 208 total.
(previous page) (next page)A
- aanfruiten
- aanglijden
- aangroeien
- aankleven
- aanleggen
- aanschuiven
- aansmelten
- aanspoelen
- aansterven
- aanzetten
- aanzoeten
- aanzuren
- accelereren
- actualiseren
- afbranden
- afbreken
- afbrokkelen
- afbuigen
- afkaatsen
- afketsen
- afkoelen
- afkraken
- afremmen
- afschilferen
- afsmelten
- afzinken
- afzwakken
- amerikaniseren
- automatiseren
B
D
K
M
N
O
S
V
- vastplakken
- veramerikaansen
- veramerikaniseren
- verdeensen
- verdierlijken
- verdikken
- verdommen
- verdorren
- verdriedubbelen
- verdrinken
- verduitsen
- verengelsen
- verfransen
- verfriezen
- vergassen
- vergelen
- vergrijzen
- vergroenen
- verharden
- verhelen
- verhevigen
- verhollandsen
- verjongen
- verkleuteren
- verkoelen
- verkouden
- verkruimelen
- verlammen
- verlangzamen
- verliggen
- vermeerderen
- vernederlandsen
- vernevelen
- vernieuwen
- vernoorsen
- verpieteren
- verpoolsen
- verpretparkiseren
- verslijpen
- versnellen
- versnipperen
- versoepelen
- verspaansen
- verspringen
- verstedelijken
- versterken
- verstikken
- vertroebelen
- vervagen
- vervlaamsen
- vervlieten
- vervriezen
- verwaaien
- verwarren
- verwijven
- verzanden
- verzieden
- verzijpen
- verzitten
- verzuipen
- verzuren
- verzwakken
- verzweedsen
- vooruitgaan