Spaans

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

Spaans ‎(comparative Spaanser, superlative meest Spaans or Spaanst)

  1. Spanish
  2. strategy for opening a chess game (the Ruy Lopez)

Declension[edit]

Inflection of Spaans
uninflected Spaans
inflected Spaanse
comparative Spaanser
positive comparative superlative
predicative/adverbial Spaans Spaanser het Spaanst
het Spaanste
indefinite m./f. sing. Spaanse Spaansere Spaanste
n. sing. Spaans Spaanser Spaanste
plural Spaanse Spaansere Spaanste
definite Spaanse Spaansere Spaanste
partitive Spaans Spaansers

Proper noun[edit]

Spaans n

  1. Spanish (language)

Related terms[edit]