Zuid-Afrikaans

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

Zuid-Afrikaans ‎(comparative Zuid-Afrikaanser, superlative meest Zuid-Afrikaans or Zuid-Afrikaanst)

  1. South African (pertaining to South Africa or South African people)

Declension[edit]

Inflection of Zuid-Afrikaans
uninflected Zuid-Afrikaans
inflected Zuid-Afrikaanse
comparative Zuid-Afrikaanser
positive comparative superlative
predicative/adverbial Zuid-Afrikaans Zuid-Afrikaanser het Zuid-Afrikaanst
het Zuid-Afrikaanste
indefinite m./f. sing. Zuid-Afrikaanse Zuid-Afrikaansere Zuid-Afrikaanste
n. sing. Zuid-Afrikaans Zuid-Afrikaanser Zuid-Afrikaanste
plural Zuid-Afrikaanse Zuid-Afrikaansere Zuid-Afrikaanste
definite Zuid-Afrikaanse Zuid-Afrikaansere Zuid-Afrikaanste
partitive Zuid-Afrikaans Zuid-Afrikaansers

Proper noun[edit]

Zuid-Afrikaans n

  1. (colloquial) The Afrikaans language.