aantrekkend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

aantrekkend

  1. present participle of aantrekken

Declension[edit]

Inflection of aantrekkend
uninflected aantrekkend
inflected aantrekkende
comparative
positive
predicative/adverbial aantrekkend
aantrekkende
indefinite m./f. sing. aantrekkende
n. sing. aantrekkend
plural aantrekkende
definite aantrekkende
partitive aantrekkends