aanvoegend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

EB1911 - Volume 01 - Page 001 - 1.svg This entry lacks etymological information. If you are familiar with the origin of this term, please add it to the page per etymology instructions.

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

aanvoegend ‎(not comparable)

  1. subjunctive

Declension[edit]

Inflection of aanvoegend
uninflected aanvoegend
inflected aanvoegende
comparative
positive
predicative/adverbial aanvoegend
indefinite m./f. sing. aanvoegende
n. sing. aanvoegend
plural aanvoegende
definite aanvoegende
partitive aanvoegends

Derived terms[edit]

Participle[edit]

aanvoegend

  1. present participle of aanvoegen

Declension[edit]

Inflection of aanvoegend
uninflected aanvoegend
inflected aanvoegende
comparative
positive
predicative/adverbial aanvoegend
aanvoegende
indefinite m./f. sing. aanvoegende
n. sing. aanvoegend
plural aanvoegende
definite aanvoegende
partitive aanvoegends

Anagrams[edit]