achterhaald

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

achterhaald ‎(comparative achterhaalder, superlative achterhaaldst)

  1. outmoded

Inflection[edit]

Inflection of achterhaald
uninflected achterhaald
inflected achterhaalde
comparative achterhaalder
positive comparative superlative
predicative/adverbial achterhaald achterhaalder het achterhaaldst
het achterhaaldste
indefinite m./f. sing. achterhaalde achterhaaldere achterhaaldste
n. sing. achterhaald achterhaalder achterhaaldste
plural achterhaalde achterhaaldere achterhaaldste
definite achterhaalde achterhaaldere achterhaaldste
partitive achterhaalds achterhaalders

Synonyms[edit]

Participle[edit]

achterhaald

  1. past participle of achterhalen

Inflection[edit]

Inflection of achterhaald
uninflected achterhaald
inflected achterhaalde
comparative
positive
predicative/adverbial achterhaald
indefinite m./f. sing. achterhaalde
n. sing. achterhaald
plural achterhaalde
definite achterhaalde
partitive achterhaalds