afleidend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

afleidend

  1. present participle of afleiden

Declension[edit]

Inflection of afleidend
uninflected afleidend
inflected afleidende
comparative
positive
predicative/adverbial afleidend
afleidende
indefinite m./f. sing. afleidende
n. sing. afleidend
plural afleidende
definite afleidende
partitive afleidends

Anagrams[edit]