beklijven

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From Middle Dutch beclīven. Equivalent to be- +‎ klijven.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /bəˈklɛi̯.və(n)/
  • (file)
  • Hyphenation: be‧klij‧ven
  • Rhymes: -ɛi̯vən

Verb[edit]

beklijven

  1. (intransitive) to last, to remain, to endure
  2. (intransitive, Netherlands) to remain attached, to adhere, to stick [+ aan (to)]
  3. (intransitive, obsolete) to thrive, to grow propitiously (especially of plants)

Inflection[edit]

Inflection of beklijven (weak, prefixed)
infinitive beklijven
past singular beklijfde
past participle beklijfd
infinitive beklijven
gerund beklijven n
present tense past tense
1st person singular beklijf beklijfde
2nd person sing. (jij) beklijft beklijfde
2nd person sing. (u) beklijft beklijfde
2nd person sing. (gij) beklijft beklijfde
3rd person singular beklijft beklijfde
plural beklijven beklijfden
subjunctive sing.1 beklijve beklijfde
subjunctive plur.1 beklijven beklijfden
imperative sing. beklijf
imperative plur.1 beklijft
participles beklijvend beklijfd
1) Archaic.
Inflection of beklijven (strong class 1, prefixed)
infinitive beklijven
past singular bekleef
past participle bekleven
infinitive beklijven
gerund beklijven n
present tense past tense
1st person singular beklijf bekleef
2nd person sing. (jij) beklijft bekleef
2nd person sing. (u) beklijft bekleef
2nd person sing. (gij) beklijft bekleeft
3rd person singular beklijft bekleef
plural beklijven bekleven
subjunctive sing.1 beklijve bekleve
subjunctive plur.1 beklijven bekleven
imperative sing. beklijf
imperative plur.1 beklijft
participles beklijvend bekleven
1) Archaic.