bestrijken

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

bestrijken ‎(past singular bestreek, past participle bestreken)

  1. to cover
    Europa is qua oppervlakte het op één na kleinste continent van de wereld. In totaal bestrijkt het een gebied van 10.400.000 km². — Europe is, with respect to surface area, the second smallest continent in the world. In total it covers an area of 10,400,000 square kilometers.
  2. to smear, spread

Conjugation[edit]

Inflection of bestrijken (strong class 1, prefixed)
infinitive bestrijken
past singular bestreek
past participle bestreken
infinitive bestrijken
gerund bestrijken n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular bestrijk bestreek
2nd person sing. (jij) bestrijkt bestreek
2nd person sing. (u) bestrijkt bestreek
2nd person sing. (gij) bestrijkt bestreekt
3rd person singular bestrijkt bestreek
plural bestrijken bestreken
subjunctive sing.1 bestrijke bestreke
subjunctive plur.1 bestrijken bestreken
imperative sing. bestrijk
imperative plur.1 bestrijkt
participles bestrijkend bestreken
1) Archaic.