deel uitmaken van

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Verb[edit]

deel uitmaken van ‎(past singular maakte deel uit van, past participle deel uitgemaakt van)

  1. to be part of
    Het maakt deel uit van een groter geheel.
    It is part of a larger whole.

Conjugation[edit]