gekscheren

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

From gek (a crazy person) +‎ scheren (to shave).

Verb[edit]

gekscheren

  1. (intransitive) to jest, poke fun
  2. (intransitive) to make fun, do something silly

Inflection[edit]

Inflection of gekscheren (weak)
infinitive gekscheren
past singular gekscheerde
past participle gegekscheerd
infinitive gekscheren
gerund gekscheren n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular gekscheer gekscheerde
2nd person sing. (jij) gekscheert gekscheerde
2nd person sing. (u) gekscheert gekscheerde
2nd person sing. (gij) gekscheert gekscheerde
3rd person singular gekscheert gekscheerde
plural gekscheren gekscheerden
subjunctive sing.1 gekschere gekscheerde
subjunctive plur.1 gekscheren gekscheerden
imperative sing. gekscheer
imperative plur.1 gekscheert
participles gekscherend gegekscheerd
1) Archaic.