geweest

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

geweest

  1. past participle of zijn

Declension[edit]

Inflection of geweest
uninflected geweest
inflected geweeste
comparative
positive
predicative/adverbial geweest
indefinite m./f. sing. geweeste
n. sing. geweest
plural geweeste
definite geweeste
partitive geweests