halveringstijd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From halvering +‎ -s- +‎ tijd.

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ɦɑlˈveː.rɪŋsˌtɛi̯t/
  • (file)
  • Hyphenation: hal‧ve‧rings‧tijd

Noun[edit]

halveringstijd f (plural halveringstijden, diminutive halfwaardetijdje n)

  1. half-life [from 1930s]
    Synonym: halfwaardetijd