nietig

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

niet +‎ -ig

Adjective[edit]

nietig (comparative nietiger, superlative nietigst)

  1. minute, puny (very small)
    Bij het aanschouwen van de aarde vanuit de ruimte voelt de mens zich nietig.
    A person feels puny when beholding the earth from outer space.
  2. insignificant, powerless
  3. annulled, void
    Dit huwelijk is nietig verklaard.
    This marriage has been annulled.

Inflection[edit]

Inflection of nietig
uninflected nietig
inflected nietige
comparative nietiger
positive comparative superlative
predicative/adverbial nietig nietiger het nietigst
het nietigste
indefinite m./f. sing. nietige nietigere nietigste
n. sing. nietig nietiger nietigste
plural nietige nietigere nietigste
definite nietige nietigere nietigste
partitive nietigs nietigers

Descendants[edit]