onafhankelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ afhankelijk

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onafhankelijk ‎(comparative onafhankelijker, superlative onafhankelijkst)

  1. independent

Declension[edit]

Inflection of onafhankelijk
uninflected onafhankelijk
inflected onafhankelijke
comparative onafhankelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial onafhankelijk onafhankelijker het onafhankelijkst
het onafhankelijkste
indefinite m./f. sing. onafhankelijke onafhankelijkere onafhankelijkste
n. sing. onafhankelijk onafhankelijker onafhankelijkste
plural onafhankelijke onafhankelijkere onafhankelijkste
definite onafhankelijke onafhankelijkere onafhankelijkste
partitive onafhankelijks onafhankelijkers

Adverb[edit]

onafhankelijk

  1. independently

Antonyms[edit]