oneens

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Adjective[edit]

oneens (used only predicatively, comparative meer oneens, superlative meest oneens)

  1. (Only as het oneens zijn) not of the same opinion
    het oneens zijn met - to disagree with
    Nog nooit was hij het zo oneens geweest met zijn leermeester.
    He had never disagreed with his coach like this before.