onleesbaar

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

on- +‎ leesbaar

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

onleesbaar ‎(comparative onleesbaarder, superlative onleesbaarst)

  1. unreadable, illegible

Declension[edit]

Inflection of onleesbaar
uninflected onleesbaar
inflected onleesbare
comparative onleesbaarder
positive comparative superlative
predicative/adverbial onleesbaar onleesbaarder het onleesbaarst
het onleesbaarste
indefinite m./f. sing. onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
n. sing. onleesbaar onleesbaarder onleesbaarste
plural onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
definite onleesbare onleesbaardere onleesbaarste
partitive onleesbaars onleesbaarders