ontmoedigen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

  • (file)

Verb[edit]

ontmoedigen ‎(past singular ontmoedigde, past participle ontmoedigd)

  1. discourage (to take away or reduce the willingness)

Conjugation[edit]

Inflection of ontmoedigen (weak, prefixed)
infinitive ontmoedigen
past singular ontmoedigde
past participle ontmoedigd
infinitive ontmoedigen
gerund ontmoedigen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular ontmoedig ontmoedigde
2nd person sing. (jij) ontmoedigt ontmoedigde
2nd person sing. (u) ontmoedigt ontmoedigde
2nd person sing. (gij) ontmoedigt ontmoedigde
3rd person singular ontmoedigt ontmoedigde
plural ontmoedigen ontmoedigden
subjunctive sing.1 ontmoedige ontmoedigde
subjunctive plur.1 ontmoedigen ontmoedigden
imperative sing. ontmoedig
imperative plur.1 ontmoedigt
participles ontmoedigend ontmoedigd
1) Archaic.