tijdelijk

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

tijd +‎ -lijk

Pronunciation[edit]

Adjective[edit]

tijdelijk (comparative tijdelijker, superlative tijdelijkst)

  1. temporary

Declension[edit]

Inflection of tijdelijk
uninflected tijdelijk
inflected tijdelijke
comparative tijdelijker
positive comparative superlative
predicative/adverbial tijdelijk tijdelijker het tijdelijkst
het tijdelijkste
indefinite m./f. sing. tijdelijke tijdelijkere tijdelijkste
n. sing. tijdelijk tijdelijker tijdelijkste
plural tijdelijke tijdelijkere tijdelijkste
definite tijdelijke tijdelijkere tijdelijkste
partitive tijdelijks tijdelijkers

Adverb[edit]

tijdelijk

  1. temporarily