verlaten

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology 1[edit]

From ver- +‎ laten.

Verb[edit]

verlaten (past singular verliet, past participle verlaten)

  1. to leave
  2. to abandon
  3. to desert
Conjugation[edit]
Inflection of verlaten (strong class 7, prefixed)
infinitive verlaten
past singular verliet
past participle verlaten
infinitive verlaten
gerund verlaten n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verlaat verliet
2nd person sing. (jij) verlaat verliet
2nd person sing. (u) verlaat verliet
2nd person sing. (gij) verlaat verliet
3rd person singular verlaat verliet
plural verlaten verlieten
subjunctive sing.1 verlate verliete
subjunctive plur.1 verlaten verlieten
imperative sing. verlaat
imperative plur.1 verlaat
participles verlatend verlaten
1) Archaic.

Participle[edit]

verlaten

  1. past participle of verlaten
Declension[edit]
Inflection of verlaten
uninflected verlaten
inflected verlaten
comparative
positive
predicative/adverbial verlaten
indefinite m./f. sing. verlaten
n. sing. verlaten
plural verlaten
definite verlaten
partitive verlatens

Etymology 2[edit]

From ver- +‎ laat.

Verb[edit]

verlaten (past singular verlaatte, past participle verlaat)

  1. to belate, to stall, to delay
Conjugation[edit]
Inflection of verlaten (weak, prefixed)
infinitive verlaten
past singular verlaatte
past participle verlaat
infinitive verlaten
gerund verlaten n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular verlaat verlaatte
2nd person sing. (jij) verlaat verlaatte
2nd person sing. (u) verlaat verlaatte
2nd person sing. (gij) verlaat verlaatte
3rd person singular verlaat verlaatte
plural verlaten verlaatten
subjunctive sing.1 verlate verlaatte
subjunctive plur.1 verlaten verlaatten
imperative sing. verlaat
imperative plur.1 verlaat
participles verlatend verlaat
1) Archaic.

Anagrams[edit]