afkomend

From Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch

[edit]

Pronunciation

[edit]
  • Audio:(file)

Participle

[edit]

afkomend

  1. present participle of afkomen

Declension

[edit]
Declension of afkomend
uninflected afkomend
inflected afkomende
positive
predicative/adverbial afkomend
afkomende
indefinite m./f. sing. afkomende
n. sing. afkomend
plural afkomende
definite afkomende
partitive afkomends