eenmanszaak

From Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From een (one) +‎ man (man) +‎ -s- +‎ zaak (business).

Pronunciation[edit]

  • IPA(key): /ˈeːn.mɑnˌsaːk/
  • (file)
  • Hyphenation: een‧mans‧zaak

Noun[edit]

eenmanszaak f (plural eenmanszaken, diminutive eenmanszaakje n)

  1. sole trader
    Synonym: eenpersoonszaak