woonplaats

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

From wonen +‎ plaats

Pronunciation[edit]

  • (file)
  • Hyphenation: woon‧plaats

Noun[edit]

woonplaats f, m (plural woonplaatsen, diminutive woonplaatsje n)

  1. habitat, place of residence