afgeschilderd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

afgeschilderd

  1. past participle of afschilderen

Declension[edit]

Inflection of afgeschilderd
uninflected afgeschilderd
inflected afgeschilderde
comparative
positive
predicative/adverbial afgeschilderd
indefinite m./f. sing. afgeschilderde
n. sing. afgeschilderd
plural afgeschilderde
definite afgeschilderde
partitive afgeschilderds