afschrikkend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

afschrikkend

  1. present participle of afschrikken

Declension[edit]

Inflection of afschrikkend
uninflected afschrikkend
inflected afschrikkende
comparative
positive
predicative/adverbial afschrikkend
afschrikkende
indefinite m./f. sing. afschrikkende
n. sing. afschrikkend
plural afschrikkende
definite afschrikkende
partitive afschrikkends