ambiërend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

ambiërend

  1. present participle of ambiëren

Declension[edit]

Inflection of ambiërend
uninflected ambiërend
inflected ambiërende
comparative
positive
predicative/adverbial ambiërend
ambiërende
indefinite m./f. sing. ambiërende
n. sing. ambiërend
plural ambiërende
definite ambiërende
partitive ambiërends