bewerkend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

bewerkend

  1. present participle of bewerken

Declension[edit]

Inflection of bewerkend
uninflected bewerkend
inflected bewerkende
comparative
positive
predicative/adverbial bewerkend
bewerkende
indefinite m./f. sing. bewerkende
n. sing. bewerkend
plural bewerkende
definite bewerkende
partitive bewerkends