bezoekend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

bezoekend

  1. present participle of bezoeken

Declension[edit]

Inflection of bezoekend
uninflected bezoekend
inflected bezoekende
comparative
positive
predicative/adverbial bezoekend
bezoekende
indefinite m./f. sing. bezoekende
n. sing. bezoekend
plural bezoekende
definite bezoekende
partitive bezoekends