buitensluitend

From Wiktionary, the free dictionary
Jump to navigation Jump to search

Dutch

[edit]

Pronunciation

[edit]
  • Audio:(file)

Participle

[edit]

buitensluitend

  1. present participle of buitensluiten

Declension

[edit]
Declension of buitensluitend
uninflected buitensluitend
inflected buitensluitende
positive
predicative/adverbial buitensluitend
buitensluitende
indefinite m./f. sing. buitensluitende
n. sing. buitensluitend
plural buitensluitende
definite buitensluitende
partitive buitensluitends