buitenvrouw

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Etymology[edit]

buiten ‎(outside) +‎ vrouw ‎(wife)

Pronunciation[edit]

Noun[edit]

buitenvrouw f ‎(plural buitenvrouwen, diminutive buitenvrouwtje n)

  1. mistress