gemoetend

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Participle[edit]

gemoetend

  1. present participle of gemoeten

Declension[edit]

Inflection of gemoetend
uninflected gemoetend
inflected gemoetende
comparative
positive
predicative/adverbial gemoetend
gemoetende
indefinite m./f. sing. gemoetende
n. sing. gemoetend
plural gemoetende
definite gemoetende
partitive gemoetends