opgehangen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

opgehangen

  1. past participle of ophangen

Declension[edit]

Inflection of opgehangen
uninflected opgehangen
inflected opgehangen
comparative
positive
predicative/adverbial opgehangen
indefinite m./f. sing. opgehangen
n. sing. opgehangen
plural opgehangen
definite opgehangen
partitive opgehangens