opgemerkt

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

opgemerkt

  1. past participle of opmerken

Declension[edit]

Inflection of opgemerkt
uninflected opgemerkt
inflected opgemerkte
comparative
positive
predicative/adverbial opgemerkt
indefinite m./f. sing. opgemerkte
n. sing. opgemerkt
plural opgemerkte
definite opgemerkte
partitive opgemerkts