vervaardigen

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Verb[edit]

vervaardigen ‎(past singular vervaardigde, past participle vervaardigd)

  1. to manufacture

Conjugation[edit]

Inflection of vervaardigen (weak, prefixed)
infinitive vervaardigen
past singular vervaardigde
past participle vervaardigd
infinitive vervaardigen
gerund vervaardigen n
verbal noun
present tense past tense
1st person singular vervaardig vervaardigde
2nd person sing. (jij) vervaardigt vervaardigde
2nd person sing. (u) vervaardigt vervaardigde
2nd person sing. (gij) vervaardigt vervaardigde
3rd person singular vervaardigt vervaardigde
plural vervaardigen vervaardigden
subjunctive sing.1 vervaardige vervaardigde
subjunctive plur.1 vervaardigen vervaardigden
imperative sing. vervaardig
imperative plur.1 vervaardigt
participles vervaardigend vervaardigd
1) Archaic.