aanduiden

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Etymology[edit]

aan +‎ duiden

Verb[edit]

aanduiden (past singular duidde aan, past participle aangeduid)

  1. to indicate, mark, point out
    De schaal van Beaufort wordt gebruikt om de snelheid van de wind aan te duiden. — The Beaufort scale is used to indicate the speed of the wind.

Conjugation[edit]

Derived terms[edit]

Anagrams[edit]