afgespeeld

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

afgespeeld

  1. past participle of afspelen

Declension[edit]

Inflection of afgespeeld
uninflected afgespeeld
inflected afgespeelde
comparative
positive
predicative/adverbial afgespeeld
indefinite m./f. sing. afgespeelde
n. sing. afgespeeld
plural afgespeelde
definite afgespeelde
partitive afgespeelds