afgewacht

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

afgewacht

  1. past participle of afwachten

Declension[edit]

Inflection of afgewacht
uninflected afgewacht
inflected afgewachte
comparative
positive
predicative/adverbial afgewacht
indefinite m./f. sing. afgewachte
n. sing. afgewacht
plural afgewachte
definite afgewachte
partitive afgewachts