beëindigd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

beëindigd

  1. past participle of beëindigen

Declension[edit]

Inflection of beëindigd
uninflected beëindigd
inflected beëindigde
comparative
positive
predicative/adverbial beëindigd
indefinite m./f. sing. beëindigde
n. sing. beëindigd
plural beëindigde
definite beëindigde
partitive beëindigds