bekeerd

Definition from Wiktionary, the free dictionary
Jump to: navigation, search

Dutch[edit]

Pronunciation[edit]

Participle[edit]

bekeerd

  1. past participle of bekeren

Declension[edit]

Inflection of bekeerd
uninflected bekeerd
inflected bekeerde
comparative
positive
predicative/adverbial bekeerd
indefinite m./f. sing. bekeerde
n. sing. bekeerd
plural bekeerde
definite bekeerde
partitive bekeerds

Anagrams[edit]